Gebit en kauwen

Kauwen is de eerste stap van de spijsvertering. Paardentanden zijn bijzonder: ze blijven het hele leven doorschuiven om de slijtage bij te houden.

Algemene informatie, geen individueel voer- of rantsoenadvies. Overleg voor je eigen paard met je dierenarts of een voedingsdeskundige.

Hoe zit het?

Paarden hebben zogenaamde hypsodonte tanden met een lange reservekroon die levenslang doorschuift om de slijtage van het malen te compenseren. Speeksel wordt alleen aangemaakt terwijl het paard kauwt, niet doorlopend. Vezelrijk, langvezelig ruwvoer vraagt veel meer kauwbewegingen dan krachtvoer en levert dus meer speeksel: tot ongeveer 30 liter of meer per dag. Dat speeksel buffert het maagzuur en maakt het voer glad.

Waarom het belangrijk is

Omdat speeksel het maagzuur helpt neutraliseren, is veel kauwen op ruwvoer belangrijk voor een gezonde maag. Een goed werkend gebit is daarbij de voorwaarde: scherpe randen of ongelijke slijtage maken kauwen pijnlijk en minder doeltreffend.

Misverstanden

  • Paardentanden groeien niet echt aan zoals soms wordt gezegd; ze schuiven door en slijten af.
  • Krachtvoer laat een paard minder kauwen dan hooi, en levert dus ook minder bufferend speeksel.

Waar je op moet letten

Laat het gebit regelmatig controleren; scherpe punten en gebitsproblemen verstoren het kauwen en daarmee de hele vertering. Gebitsverzorging hoort bij een dierenarts of gebitsverzorger.

Ontdek meer

Bronnen: American Association of Equine Practitioners · Ohio State University Extension.