Grondwerk, leiden en longeren
Veilig omgaan met een paard vanaf de grond: benaderen, leiden, stilstaan en eenvoudige oefeningen, tot de basisprincipes van longeren. Elke pagina legt uit wat je doet, waar je op let en wanneer je een ervaren begeleider nodig hebt.
Omgang en leiden
De basis van veilig omgaan met een paard aan de hand.
-

Een paard benaderen
Rustig en zichtbaar naar de schouder van het paard toe lopen, zodat het je hoort en ziet aankomen.
-

Halster aandoen
Het halster rustig omdoen terwijl je het paard eerst met het touw om de hals onder controle houdt.
-

Een paard leiden
Naast de schouder meelopen met los touw, zonder het touw ooit om je hand te wikkelen.
-

Stilstaan
Vragen om stil te staan met een lichte hulp en je stem, en de druk meteen loslaten zodra het paard staat.
-

Persoonlijke ruimte
Een paard hoort jouw ruimte te respecteren en niet ongevraagd tegen je aan te komen.
-

Veilig vastbinden
Vastbinden aan een stevig punt met een panieksluiting of losmaakknoop, altijd via het halster.
Grondwerkoefeningen
Eenvoudige oefeningen vanaf de grond, op basis van lichte hulpen en beloning.
-

Achterwaarts vragen
Vanaf de grond vragen om een paar stappen achteruit met een lichte, duidelijke hulp en meteen loslaten.
-

Voorhand verplaatsen
Vanaf de grond de voorhand een stap opzij laten stappen, weg van een lichte hulp bij de schouder.
-

Achterhand verplaatsen
Vanaf de grond de achterhand een stap opzij laten wijken, weg van een lichte hulp richting de flank.
-

Hoofd laten zakken
Een laag hoofd is een houding van ontspanning die je rustig kunt aanmoedigen, niet afdwingen.
-

Over grondbalken stappen
Het paard rustig aan de hand over losse balken op de grond leiden, met genoeg ruimte tussen de balken.
-

Eenvoudige targettraining
Het paard leren met de neus een voorwerp aan te raken, met een markeersignaal en een beloning erna.
Longeren
De basisprincipes van longeren, met de nadruk op veiligheid en begeleiding.
-

Basisprincipes van longeren
Longeren is het paard op een cirkel laten werken rond een stilstaande begeleider aan een lange lijn.
-

Lijn en zweep vasthouden
De longeerlijn in platte, gelijke lussen in de hand houden, nooit om hand of pols, en de zweep rustig hanteren.
-
Cirkelgrootte en belasting
Cirkelgrootte en belasting
Kleine cirkels belasten de gewrichten zwaar; werk op ruime cirkels en houd sessies kort.
-
Wanneer je beter niet longeert
Wanneer je beter niet longeert
Longeer niet met een jong, niet-fit of kreupel paard, op harde of gladde bodem of zonder begeleiding.